Witlof met sinaasappel

Bereidingswijze

Halveer de stronken witlof in de lengte. Pers 3 sinaasappels uit, zodat je ongeveer 250 ml vers sinaasappelsap krijgt. Verhit de boter in een ruime pan op middelhoog vuur. Leg hierin de witlof naast elkaar met de snijkant naar beneden. Laat de stronkjes 5 minuten met rust tot ze een beetje beginnen te verkleuren. Giet het sinaasappelsap en 500 ml water erbij. Pak een stuk bakpapier en druk hiermee de witlof naar beneden zodat ze zo goed mogelijk in de vloeistof liggen. Dek het af met het bakpapier. Breng aan de kook, draai vervolgens het vuur laag en laat 20-25 minuten pruttelen tot de witlof beetgaar is. Schep ze met een schuimspaan uit de pan. Draai het vuur hoog. Voeg eventueel de honing of suiker (als de saus nog wat te bitter of zuur smaakt) en likeur toe. Breng op smaak met zout en peper. Laat de vloeistof inkoken tot siroopdikte. Verwijder ondertussen met een mes de schil van de overgebleven sinaasappel. Snijd de sinaasappel in ronde plakken van 0,5 centimeter dik. Schep de witlof terug in de pan met siroop en voeg ook de plakken sinaasappel toe. Schep het even voorzichtig om en schep het daarna op borden of in een serveerschaal.

Ingrediënten

  • Bijgerecht 2 personen:
  • 3 stronken witlof
  • 4 zoete sinaasappels (bloedsinaasappels zijn hiervoor te zuur)
  • eventueel 1 el honing of kristalsuiker
  • eventueel 1 el sinaasappellikeur
  • zout en peper
  • Bijgerecht 2 personen: 1 el boter 3 stronken witlof 4 zoete sinaasappels (bloedsinaasappels zijn hiervoor te zuur) eventueel 1 el honing of kristalsuiker eventueel 1 el sinaasappellikeur zout en peper