Verwarm de oven voor op 200°C en vet een ovenschaal in met boter. Doe het sap van de citroen in een grote kom en vul aan met koud water. Schil de schorseneren één voor één, snijd ze in doormidden, en leg ze direct in het citroenwater om verkleuring te voorkomen. Giet de schorseneren af en doe ze in een pan met de groentebouillon. Breng aan de kook en laat 5-10 minuten koken, tot ze beetgaar zijn. Giet de schorseneren af, bewaar de bouillon, en zet ze apart. Giet de bouillon terug in de pan, voeg de blaadjes tijm toe en laat inkoken tot de helft.
Meng ondertussen de boter en bloem met een vork tot een glad mengsel. Voeg, terwijl de bouillon zachtjes kookt, beetje bij beetje het boter-bloemmengsel toe, terwijl je voortdurend klopt met een garde. Blijf kloppen tot de saus de dikte van opgeklopte room heeft. Roer de slagroom erdoor en haal de pan van het vuur. Proef en breng op smaak met zout en peper.
Leg de schorseneren in de ovenschaal en giet de romige saus erover. Rasp de kaas. Meng de geraspte kaas met het broodkruim en strooi dit over de bovenkant. Bak 25 minuten in de oven, tot de bovenkant goudbruin is en de schorseneren gaar zijn.
